Terug

’t Is voor niks zondag 29 november 2009

Geldrop – al vanaf oktober toen het zo goed ging bij de stedenloop Hasselt – Genk speelde in het achterhoofd de gedachte, meedoen aan de marathon (42,5 km) puur natuurloop over de Strabrechter heide. En zoals het spreekwoord luidt: wat in het kopke zit, zit niet in de kont en blijft je hersenen (zaagmeel) bezighouden. Alleen de opbouw in training / omvang zou extreem zijn, wat te maken heeft met training geven en zelf niet / of enkel via wedstrijdjes lopen toekomen aan lange afstanden lopen. Wie er mijn vorige verslagen op naleest ziet dat ook meteen. Na de Wallenloop van november wist ik dat het lichamelijk vrij goed zat en de 42,5 km van ’t is voor niks ook kon uitlopen. Vandaar ons beiden 2 dagen na een mailtje van de organisatie ingeschreven Alice voor de 10 km zelf de marathon. Hierna volgde nog de Weerter Bergloop waar ik al na de eerste afdaling voelde nog niet geheel hersteld te zijn, maar een dag later met Alice meelopen in Opoeteren a 6 min. km was geen enkel probleem. Gaf een goed gevoel al gaven de knieën daarna op woensdag en donderdag pijnsignaaltjes af. Vrijdagmorgen was daar tijdens de eerste training samen met 3 dames welke naar marathon New York willen, gelukkig niks meer van te merken. Met dat goede gevoel werd ook de zaterdagmorgen training afgesloten. Na een redelijke nachtrust (tot 5.00 uur prima geslapen) waren wij voor het klokje afliep wakker, om pas op te staan omdat ik dat wel moet. Deze wekker moet je namelijk nog middels indrukken knopje het zwijgen op leggen. Na ontbijt en zo reden wij even voor 9u.00 Swartbroek uit om een half uur later de auto te parkeren langs die van Harrie Stempher, Lenie Arts en haar dochter Laura, ook 3 avVN leden. In het inschrijflokaal troffen wij nog meer bekenden. Zo was het al snel tijd om mij gereed te maken voor de komende 42,5 km draven over voornamelijk onverharde wegen en paden. Running puur natuur, welke de afgelopen dagen behoorlijk was gezegend met overvloedige regenval. Wij werden voor de start dan ook gewaarschuwd voor de laatste 15 km en zeker voor het stuk “de hel van Moortsel”. Bij de start al enkele foto’s gemaakt en dan zijn we weg, waarbij ik al na 300 m. naast vast loopmaatje Michel Hoeken ren en wij gelijk aan het praten zijn over ½ marathon Swartbroek-Ell van gisteren. Ondanks regen en straffe wind meer als 300 deelnemers, wat weer een stijgende lijn is. Prima zo...en zo gaat het ook met ons want 1e km gaat in 5.29 min. Nog voor wij er 2 km hebben opzitten 10.02 (km van 4.33 wat niet kan kloppen) moeten we rond wandelaars en grote waterplassen slalommen. Zo ook als wij na de Manege rechtsaf worden gestuurd,
(30 km runners rechtdoor).



Op het 2 km punt heb ik met een tijd in horloge spijkeren waarschijnlijk op verkeerd knopje gedrukt, want bij km 3 stond de chrono nog steeds op 10.02 min. dus stil. Hierna snel opnieuw klokje starten en er in het verloop van de wedstrijd, onderweg 16 minuten bij optellen. Zo komen wij op 5 km punt door in 9.42 + 16 = 25.42 en dat is veel te snel. Doch de man die dan met ons oploopt vertelt gelijk dat het volgens zijn GPS nog 200 meter duurt voor wij op het echte 5 km punt zijn en dat is één minuut wat beter kan kloppen. Tot aan het 6 km punt hebben wij te maken met kronkel- mountain-bike paadjes en daar moet je steeds van de ene naar de andere kant springen om door op de rand te lopen droge voeten te houden. Dat is ook goed te zien op de foto. Op het stuk na passeren van het vlonderpad waar je langs de vennen draaft had ik op meer modder gerekend en daar viel het gelukkig weer mee.

Even verderop verwachtte ik de 1ste verzorgingspost omdat wij hier later nog een keer langs zouden komen, maar hij was er met deze hoge temperatuur van 11 graden jammer genoeg niet. Toch kon ik bij een biker mijn jasje afgeven. Want de vele voorspelde regen kwam niet uit de lucht gevallen en aan de wolken te zien konden wij het best wel eens droog houden. Doch het jasje werd net iets te vroeg afgegeven omdat wij nu 3 km lang de wind van voren kregen en dat op een open stuk met heide en daarna schapenweide. Pas na de schaapskooi en gebouwen natuurcentrum gingen wij weer de bossen in om via een prachtig golvend en slingerend pad uit te komen bij de 1ste verzorgingspost. Na 2 bekertjes water ging het verder en konden wij optimaal genieten van het wijdse uitzicht over Strabrechterheide. Hier onderweg met op voorgrond de vennen nog foto’s van gemaakt en daarbij kon je ook zien hoe ver Peter v.d. Kruijs in zijn fluor jasje al op ons voor lag. Zeker bij het uitzicht over het grote Beuven waar hij alweer in de bossen (2 km voor ons) verdween. Hij was de 2e verzorgingspost rond km 15 dus al gepasseerd om aan een pittig stukje over zandheuvels en singlepad tussen heistruiken te beginnen. Trouwens ook op deze verzorgingspost enkel water en als ik dat geweten had, had ik mijn eigen drankje meegegeven omdat we rond km 25 hier nogmaals de post aandoen. Vanaf km 4 was ons (Michel en Huub) op een enkeling na niemand meer voorbij gegaan. Nee ditmaal waren wij het die af en toe een loper voorbij holden en omdat de snelheid niet zoveel verschilt maak je met die deelnemers even een heel relaxt praatje. Steeds is het verhaal, genieten van de natuur waar je doorheen rent, waarbij tijd van ondergeschikt belang is. Toch is dat niet helemaal zo, want de doelstelling van mij is toch om onder de 4 uur binnen te komen, waarbij je er rekening mee moet houden dat het moeilijkste gedeelte na km 17 begint. Dat is het stukje met de zanderige heuvels, en dan de slingerpaadjes waarbij je ook nog eens de nodige klaphekjes moet passeren. Als klap op de vuurpijl volgt nog een echte knuppelbrug met zeer ongelijke liggers. Hier heeft Michel het moeilijker als mij en zo moet het tempo iets terug geschroefd worden waardoor er twee man bij ons wegrennen en een achtervolgend trio ons tergend langzaam inhaalt. Samen met dit trio hollen we dik een km op totdat Michel zegt, ren maar met hun door om zo onder de 4 uur uit te komen. Even laat ik mij afzakken, maar na even praten staat vast dat het verstandiger is om toch met het trio mee te gaan. Doch met het kleine gaatje dicht lopen heb ik het al moeilijk en bungel lange tijd aan een dun draadje mee. Dravend langs de provinciale weg bij Someren heb ik het nog zo moeilijk dat ik me wil laten terugzakken tot Michel die 100 m. achter ons loopt. Op het korte stukje verharde weg (rond 21 km) weet ik echter te herstelen en als de anderen even later niet opletten ben ik de koploper op een uitgesleten mountain-bike pad. Hier is het gewoon balanceren op de randen, zelfs nieuw looppad tussen bomen en struiken zien te zoeken en blijven doorgaan. Dan zie ik voor mij de laatste deelnemers aan de 30 km met ATB begeleider, die ik vraag om een foto van ons te maken. Hij fietst snel een stukje bij ons weg maar heeft hij te lang werk met zijn handschoenen uittrekken. Hierdoor is hij te laat om de camera zichzelf scherp te laten stellen, waardoor de actie foto zeer wazig is geworden. Even later lukt het bij de verzorgingspost (rond km 25.) wel om enkele leuke foto’s van mij te laten maken. Ook



nu was er enkel water te krijgen en dat was balen omdat ik voelde dat de energievoorraad op begon te raken. Gelukkig had ik een muslireep bij me en kon ik daarmee een hongerklop voorkomen voor wij aan het moeilijkste stuk “de hel van Moortsel” moesten beginnen. Dat was gelijk na de splitsing met de 30 en 21 km route waar wij zelf onze weg moesten zoeken over bospaden waar aan te zien was dat hier zelden een mens komt. Daar was het ook dat het vrouwke in ons gezelschap, avVN clubmaatje Els Annegarn de aansluiting met ons verloor. Doordat wij af en toe inhielden bleef ze op 60 meter volgen, maar ze kreeg het niet voor elkaar om weer aan te sluiten. Uiteraard had dat te maken met het ruwe terrein waar wij doorheen werden gestuurd en daarna volgde het eerste 250 meter lange modderstuk wat uitkwam in het gehucht Moortsel. Hier kon ik nog droge voeten houden, maar niet op het daarop volgende 500 m. lange stuk, daar was het gewoon baggeren. Mijn maatje (Paul v.d. Logt) met langere benen had hier duidelijk voordeel omdat hij veel vaker over de plassen heen kon stappen. Ook na dat blubber stuk bleef het op de single track paadjes bikkelen tot wij weer bij een verzorgingspost aankwamen. Hier had men ook peperkoek waar ik normaal gesproken niets om geef maar er nu 2 repen van op at. Die post (waar veel runners een langere pauze namen om te herstellen van de hel) zorgde ervoor dat meerdere runners bij elkaar kwamen o.a. Els. Doch blij als zij toen was, verloor ze zowat gelijk na vertrek door een zeer moeilijk bochtig stuk waarbij het ook nog eens behoorlijk op en af ging en je steeds op randjes moest draven de aansluiting. En wij in gevecht met ingehaalde mannen en twee die ons voorbij gingen wachtten nu niet meer op haar maar gingen mee in de strijd over heuvels van zandverstuivingen en daardoor paden met veel blootliggende wortels. Ondanks dat het zwaar was liep het geweldig, wat natuurlijk voortkwam uit het feit dat wij eerder bij ons weggelopen atleten voorbij gingen. Doch nu waren wij weer in open heidegebied aangekomen en was de aangewakkerde wind van voren onze vijand en liet mijn maat Paul mij het kopwerk opknappen. Dat resulteerde er wel in dat er één van de twee welke ons bij 32 km voorbij was gegaan weer bij zijn kladden werd gepakt. Maar even later werden wij langs de autobaan hollend als een speer door iemand voorbij gerend en dat verbaasde mij echt, want binnen een km pakte die man 100 / 150 m. op ons. De op ons opgebouwde voorsprong was door de 2 lussen over die autoweg goed te zien, maar voor mijn innerlijke gevoel was dat gewoon onmogelijk. Hierdoor kreeg ik even te maken van de man met die bekende hamer en wel zodanig dat met nog 4 km te gaan ik Paul op het golvende stuk over de schietbergen moest laten gaan. Maar een marathon is pas voorbij na de finish en door zelf weer inlopen op een voorganger lukte het mij om er weer de vaart in te krijgen. Zodanig dat ik op het brede pad weer naast Paul liep en nu de achtervolging inzette op iemand welke mij al bij km 3 voorbij was gegaan. Die atleet ging ik net voor opdraaien verharde weg en met minder dan 1 km te gaan voorbij. Maar de man pikte gelijk bij mij aan en was bijzonder taai, waardoor er nog een laatste km volgde van 4.55 al kan je daar ??? bij plaatsen gezien de laatste 4 geklokte km tijden. 5.39 en 5.11 toen ik totaal kapot zat en 5.33 op een vlakker stuk waar het weer stukken beter ging. Met 3u.51.19 als finishtijd wist ik hem nipt voor te blijven en direct daarna kwam mijn maat binnen. Gelijk werden er handen geschud en feliciteerde hij me, omdat ik het was geweest die hem er op de laatste zware stukken doorheen had gepraat om mee te blijven gaan. Voldoende om samen met een brede lach na alweer een succesvol afgesloten marathon op de foto te gaan.

Hierna zat het op de normale plichtplegingen na, weer een fantastische natuurloop op en gingen wij volop nagenietend huiswaarts.

Huub Vrenken